"Het Dorp der mirakelen", 14, 15, 21 en 22 november 1998

Regie: Jan Verharen

Souffleuse
Gerda van Kuyk
Grime
Wil Maas

Carmen Maas
Decor
Jan Leemans

Jan Lucassen

Gerard Snoeren
Licht en geluid
Jan de Kort

Dick Dirksen

Foto's



Korte inhoud

De smid Pier en de schoenlapper en dichter Zeentje zijn verwoedde toneelspelers.
Deze keer heeft Zeentje 'n stuk geschreven over de problemen in de wijk.
Omdat de kerk een uur gaans van de wijk ligt, willen de bewoners een eigen kerk.
De pastoor vindt dat niet nodig. Hij wil zijn schaapjes in z'n eigen parochie houden.
Pier is het zat en roept de mensen bijeen. Met overtuiging weet hij de rijke boeren
zover te brengen dat ze hun aandeel leveren voor de bouw van een eigen kerk
Wanneer de kerk er staat weigert de pastoor deze in te wijden. Zeentje schrijft
vele brieven naar de bisschop, maar krijgt geen antwoord.
Ze verzinnen een drama. Pier zal veertien dagen verdwijnen. Hij laat Zeentje
een afscheidsbrief schrijven voor z'n vrouw dat hij zelfmoord pleegt omdat de
pastoor de kerk niet in wil wijden.
Als er een lijk wordt opgevist uit de Schelde, denkt men dat het Pier is.
Een verwarrende situatie. Nu moet Pier wel terugkomen.
Als geboren akteurs zetten zij een scene in elkaar.
Er zal een mirakel gebeuren.

Rolverdeling

Pier, de smid
Wim Lambrechts
Philomene, zijn vrouw
Diny Mutzers
Thuur, hun zoon
Piet Mertens
Zeentje, schoenlapper
Jan van Laarhoven
Rozeke, zijn dochter
Jolanda de Nijs
Pastoor
Michel van Laarhoven
Bisschop
Jan Grootswagers
Brozie, schooier
Gerrit Dingemans
Ulle, bedelaar
Susette Grootswagers
Hooftie, bedelares
Riek Verploegen
Rappe, bedelaar
Marino Ligtvoet
Lambrecht, boer
Henk Stubbe
Toten, boer
Bart Kemmeren
Luske, stomme
Lieke van Galen